Een marathon of 5, loop je niet alleen

  • by

Telefoon, mijn schoonbroer, Werner. Of we mee willen komen helpen tijden zijn ’11 steden’ ultraloop. 230 km. Lopen. Euh, hoeveel?  JA NATUURLIJK willen wij helpen. Zeg maar wat we moeten doen!

Daar staan we dan, samen met veel andere familie, vrienden en collega’s, aan de startlijn van een ogenschijnlijk eindeloze tocht, te supporteren voor Werner. Opvallend is dat Werner zelf geen idee heeft of hij het zou halen of niet…  

Waanzinnig respect! 

Het plan is als volgt: Als Werner loopt, is er een team van 3 mensen die afwisselend mee fietst, met de auto rijdt of slaapt, en dat gedurende de hele tocht. Wij , supportersteam (lees: kids, nichtjes, familie, ikzelf…) is verantwoordelijk voor het aandragen van eten, het regelmatig komen supporteren, kids in een bed laten slapen op een centrale plek,… dat is dan ‘ergers onderweg’ op de tocht van 230 km… Praktisch plan: Check!

Een rollercoaster van emoties!

Supporteren om de zoveel km is kei tof! We roepen, zwaaien met spandoeken, we zien de de kids een stukje meelopen,… We ontmoeten Werners collega’s, die speciaal tussen de shiften door afkwamen om hetzelfde te doen. En dan zien dat Werner geniet van de aandacht, telkens een boost krijgt op zijn tocht,… Zijn glimlach en z’n duim omhoog! Wat een adrenaline, alles gaat goed!

Tot het niet meer goed gaat. Vermoeidheid, pijn, uitputting slaan toe. Tussen de boosts die wij als supporters geven, slaan de dipjes meer en meer toe. Daar zit dan die sterke brandweerman, ineengedoken aan de kant van de weg omdat het net even zwart voor zijn ogen werd… We krijgen bericht dat hij tijdens de donkere uren van de nacht kort even totaal weg was. Dat het maar de vraag was of hij de ochtend zou halen… Ook  de fietsers zijn ondetussen uitgeput!

Shit, en als supporter ben je dan zo machteloos… of…je schiet in actie. Dus we springen de auto in en hup, terug langs het parcours… Roepen, spandoeken, extra energie gellekes brengen,… Roepen, meelopen, spandoeken, er zijn,…

En dan klinkt: ‘IK GEEF NIET OP!’

Na 26 uur en 230km ontvangt Werner trots de laatste stempel aan de aankomst! Wat een euforie!

En dan, enkele minuten later… totaal leeg. Die sterke brandweerman, heldhaftige loper, wordt weggedragen door zijn broer en schoonbroer en verzorgd door zijn fantastische vrouw en persoonlijke verpleegster. Na na ettelijke uren slaap, massage, powerfood,… komt hij als een halve zombie terug boven water en waggelt hij naar de.

Ik leer die dag dat een ultraloper niet loopt om eerst te zijn, maar wel vecht tegen het stemmetje in zijn hoofd om er mee op te houden.

The show goes on!

De dag nadien is mijn bewondering het allergrootste: hij waggelt (sorry, nog steeds) mee, naar de familieactiviteit: ‘bootje varen met de kids’. Onder het motto: ‘iedereen heeft de laatste dagen voor mij geleefd, dus ik moet nu iets terugdoen”, zat Werner naast mij in het bootje ‘aanwezig’ te zijn. Al stond de pijn & stijfheid van zijn hele lichaam op zijn gezicht te lezen, toch deed hij heel erg z’n best om deel uit te maken van  het plezier. Duty calls. Life goes on!

Meer nog… een jaar later neemt hij deel aan de Spartahlon. 246 km over bergen bij 38°. Opnieuw ontstaat een gigantische vlaag van steun en aanmoediging van vrienden en een onbeschrijfelijke steun van collega’s!

Dit keer vanaf de zijlijn

Ik ontdek in dit verhaal, alleen deze keer zelf vanaf de zijlijn, een dijk van een metafoor voor mijn eigen verhaal en het verhaal van zo veel mensen die starten aan een tocht naar de overwinning van een levensbedreigende ziekte!

De ogenschijnlijk oneindige tocht kent ups dankzij de steun en het respect van warme supporters. Maar heeft ook heel veel downs, diepe crashes en confrontaties met jezelf, het besef dat het aanvaarden van hulp nodig is, de verzorging,… En dan is er nog de wens en goesting om nadien terug het leven op te pikken ‘zoals het was’.

Twee tochten, één zelfde verhaal

Twee verschillende verhalen, maar met exact dezelfde thema’s: moed, vechtlust, omgaan met tegenslagen, veerkracht, geloven in de eindmeet, en dan weer verder…

Wat ik leerde, is… dat een sporter  niet alleen sport. Een zieke zou ook niet alleen ziek mogen zijn.. Want, ‘je bent toch genezen’ betekent helaas niet ‘het is voorbij.’

Iemand die op pad is een zware ziekte te overwinnen heeft de juiste hulp en ondersteuning nodig. Een ‘compagnon de route’ , tijdens én na de deze waanzinnige tocht! Dat verdient elke zieke!

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *